Poëzie en automatisch schrijven

_______________________________________

Teksten stekten steksten tesken welke automatische, instinctieve schrijflust vaak tot gevolg hebben zodat blauwe teksten verschijnen als de zool van mijn linkervoet zonder huid maar bedekt met hoornvlies waardoor zwemmen soepel gaat in stroopachtig zeewater in IJsland met als duikuitrusting driedelig zwart met hoge hoed en drie ons ham alstublieft.”

2000/2019©WdenBroeder    Geschreven op de eerste versie van surrealisme.nl

_______________________________________

Als de zon de ochtend raakt
Is het waar ons hart ontwaakt
Geboorte van de dag
Is het sterven van de nacht

_______________________________________

Tijd, verjaard in het duister lawaai,

onderweg naar een nieuwe dimensie,

ontsteekt zijn onzichtbaar gebied

met meer licht in ’t verschiet:

een wenkend gezicht zonder grenzen,

dat niet spoorloos als vuurwerk verwaait. 

*Laurens van Krevelen januari 2010

 

Antwoord op Laurens

Tijd, ons allen in een greep

na vandaag wederom een morgen

terwijl dit moment wordt omgebogen

naar gedachte aan verleden

vervaagt de werkelijkheid

onderweg naar herinnering

Willem den Broeder januari 2010

________________________________________________

 

10 minutes before dark

De kracht van de vingers,

het oog wordt gekneld.

De beweging stokt.

Het licht stroomt weg.

Donker wordt onherroepelijk.

_______________________________________

 

Rust 

De reuk van een viool,

is als parfum.

Waar de strijkstok,

wortel schiet.

In het land,

waar alle harten,

liggen begraven. 

_______________________________________

 

Oneindig

Daar waar geboorte sterft,

in een hel rood licht.

Worden de vogels paarden.

Die galopperen tussen,

zee en maan. 

_______________________________________ 

 

Verjonging 

Rennend tegen de

rotatie van de

aarde in.

Word ik steeds jonger

Zuiver worden de

hersenen

Hopelijk stop ik

op tijd.  

_______________________________________ 

Surrealistische angst

Ik schilder dus ik besta

Of besta ik in een fantasie?

Deze gedachte verwart mij

Is dit wel mijn gedachte?

______________________________________

De herinnering stijgt boven de

huid van de vleesgeworden nacht,

Een donker is daar, waar de verbintenis

met de zee is opgehouden.

Vissers zoeken al jaren

naar de juiste maat.

Enigszins verbaasd heb ik gelezen,

dat grasmaaien een paarse zwalm oplevert.

Ongeveer tweederde gaat verloren,

tijdens het overlijden van de potvis.

Een sirene klinkt,

wind jaagt,

er is nog hoop!

_______________________________________

Relation ship

The space between the words

and a simulacrum in dada, is filled

with gas from a woman behind,

in relationship with here stillborn cat!

_______________________________________

Het oog

Het oog is als de oneindigheid van het heelal,

waarin alle zeeën bijeenkomen, bloed sneller doet stromen,

in een eeuwigdurende schoonheid.

_______________________________________

Muziek

De klanken verraden de stemming

Mooi is het lied.

Ik hou ervan

Al zie je het niet

_______________________________________

De vrouw bij de vijver

Vreemde beeltenissen gezien vanuit een ondersteboven gehouden puntmuts, gevuld met vrolijk geel slagroom op een rolschaats met gehaktballen glijdend over de gouden rugvinnen van bedorven haring zonder windvanger, meestal half gedroogd boven een splinternieuwe brandende glazen handschoen gevuld met mandarijnen uit de rugzak van een oude dame te Kopenhagen van vier weken oud. Op haar oorschelp was een stipje te zien, dichterbij gekomen bleek het geen stip maar een kleine stad met gebouwen en straten waar mensen zich voortbewogen als ware deze geïnjecteerd met slakkensap. Tussen deze menigte liep een jonge vrouw gehuld in een zwart soort kledingstuk met rode rand en capuchon, ik besloot haar te volgen. Maar naar mate ik dichter bij kwam leek zij te verkleinen en andersom. De lamp in haar hand gaf een kil blauw licht, welke gevoed met energie van haar bloedsomloop wat hoe dan ook ten koste ging van haar hartslag, deze moest duidelijk inleveren maar bleef niettemin toch kloppen met een cadans van eenenveertig. Ik volgde haar tot in de poppenfabriek waar zij voor mij uit naar binnen ging door een deur welke werd bediend zonder tegels uit een ver verleden. Eenmaal binnen worstelde zij zich door de honderden kamers, welke niet van elkaar waren te onderscheiden doordat deze gekleurd waren met een transparant. Een transparant zoals de huid van een regenworm. Ten slotte aangekomen in een zaal van een soort fabriek, een zaal zo groot als de gedachte kan reiken en waar uit vervlogen tijden de lucht van kaneel en lavendel dwaalde. Middenin de zaal knielde zij bij de rand van een vijver met glazen fontein. Ik naderde tot vlak achter haar, toen zij zich plots omdraaide, haar capuchon viel naar achter en een geheimzinnige glimlach van een prachtige vrouw trof mij, welke ik bewonderenswaardig aanschouwde. Uren, dagen, weken, jaren gingen voorbij toen zij met haar rechterhand haar lange zwarte haar achter haar rechteroor zwierde, waardoor deze geheel vrij kwam, de vorm van het oor was perfect en niets belemmerde mij daarop in te zoomen. Op haar oorschelp was een stipje te zien, dichterbij gekomen ………………

 Op getoonde teksten en werken rust het auteursrecht,
alleen publicatie met toestemming van de maker
2019©WdenBroeder